36 milliseconden

De band loopt alweer wanneer de werknemers terugkomen van de teammeeting.

Boven de lijn hangen nieuwe schermen. Er wordt gesproken over realtime opvolging, efficiëntie, verliesmomenten en optimalisatie. Niemand maakt daar echt een probleem van. Het klinkt logisch. Modern ook. Concurrentieel blijven vraagt nu eenmaal snelheid.

Maar nog voor de voormiddag halfweg is, verandert er iets op de werkvloer.

Mensen beginnen sneller te bewegen.

Niet omdat iemand roept.
Niet omdat er controleurs rondlopen.
Maar omdat het ritme van het systeem zelf voelbaar wordt.

Een collega laat zijn koffiepauze korter duren.
Iemand kijkt vaker naar het scherm boven de lijn.
Een andere werknemer versnelt automatisch wanneer de cijfers oranje kleuren.

36 milliseconden.

Zo nauwkeurig worden taken ondertussen gemeten in sommige vormen van algoritmisch management.

Dat getal bleef hangen toen ik onlangs een vergelijking las tussen een fabriek in Gent en een Italiaanse toeleverancier. In beide bedrijven werd gelijkaardige technologie ingevoerd. Toch was de uitkomst opvallend verschillend.

In Gent gebeurde de invoering top-down. Werknemers hadden weinig zicht op hoe het systeem werkte of waarom bepaalde keuzes gemaakt werden. Het gevolg was meer stress, minder autonomie en een hoger personeelsverloop.

In de Italiaanse fabriek werden werknemers betrokken bij de implementatie. Mensen kregen uitleg, inspraak en inzicht in de logica achter het systeem. Daar zag men net betere gezondheidsuitkomsten, meer autonomie en hogere productiviteit.

De technologie was vergelijkbaar.

De menselijke ervaring niet.

En misschien zit net daar iets waar veel mensen vandaag intuïtief tegenaan lopen.

Niet zozeer angst voor technologie.
Maar het gevoel dat systemen steeds dichter op ons gedrag beginnen te zitten.

Dat ze niet alleen meer organiseren wat we doen, maar ook beïnvloeden hoe we bewegen, reageren, werken en zelfs herstellen.

Veel mensen kennen dat gevoel ondertussen buiten de fabriek ook.

De werkdag stopt, maar het lichaam blijft in hetzelfde ritme hangen.
Sneller eten.
Sneller antwoorden.
Automatisch de gsm nemen.
Moeite hebben om echt stil te vallen.

Alsof er steeds minder ruimte ontstaat tussen prikkel en reactie.

Binnen AX SEA kijken we daarom zelden alleen naar de moeilijkheid van een systeem.

We kijken vooral naar:
wat begint een mens te doen wanneer een systeem hem voortdurend in beweging terugspiegelt?

Want vanaf een bepaald punt gaat dit niet meer alleen over efficiëntie.

Maar over de vraag wat er gebeurt met menselijke aanwezigheid wanneer systemen realtime beginnen meten, optimaliseren en terugsturen.

36 milliseconden.

En ergens onderweg verliest een mens het verschil tussen zelf bewegen en bewogen worden.

Misschien is dat uiteindelijk één van de grote vragen van deze tijd.

Niet hoe slim technologie wordt.

Maar hoeveel menselijke tussenruimte er overblijft wanneer systemen voortdurend optimaliseren, meten en bijsturen.

Want zodra een mens zich permanent moet afstemmen op realtime systemen, verandert niet alleen het werkritme.

Dan verandert stilaan ook de manier waarop iemand aanwezig is in de wereld.

AX SEA
Dragen. Schuren. Landen.

Vorige
Vorige

Ik dacht jarenlang dat ik 60K verloren had aan een onderneming.

Volgende
Volgende

Wat overdag niet meer landt, wordt ’s avonds ergens anders gedragen.