Ik dacht jarenlang dat ik 60K verloren had aan een onderneming.

Tot een gesmolten K-Way short mij iets anders liet zien.

Vanmorgen heb ik een K-Way short van mijn zoon onder het strijkijzer laten smelten.

Dat klinkt minder dramatisch dan het was.

Het was een nieuwe short. Een cadeau. Zo'n kledingstuk waarvan ge onmiddellijk weet dat ge het niet zomaar opnieuw gaat vinden. Dus begon de zoektocht. Eerst in België. Dan in Nederland. Uiteindelijk vond ik hem terug in Italië. €135.

Terwijl ik zat te rekenen hoeveel boeken dat waren, nam mijn hoofd een onverwachte afslag.

Want ergens tussen die gesmolten short en die Italiaanse webshop verscheen plots een ander bedrag.

€60.000.

Het bedrag dat door mijn pop-up gegaan is.

De duurste les uit mijn ondernemerschap begon niet bij een pop-up.

Ze begon bij alles wat niet in mijn businessplan stond.

Jarenlang heb ik dat bedrag bekeken als verlies. Als een hoofdstuk dat niet gebracht heeft wat ik ervan verwacht had. Tot vandaag eigenlijk. Want terwijl ik daar zat te zoeken naar die short, begon ik me iets anders af te vragen.

Waar is dat geld eigenlijk werkelijk aan opgegaan?

De keuken staat hier nog.

De meubels staan hier nog.

Bijna al mijn stenen zijn er nog.

Voor ik die keuken kocht, heb ik zelfs eerst mijn atelier opgemeten om zeker te weten dat ze hier ooit zou binnen kunnen. Achteraf bekeken was dat misschien verstandiger dat ik mezelf jarenlang krediet heb gegeven.

Wat verdwenen is, is mijn buffer.

En dat doet nog altijd pijn.

Niet omdat ik terug verlang naar de pop-up. Dat verhaal is voorbij. Maar omdat een buffer veel meer is dan geld. Een buffer is ruimte. Ademruimte. De mogelijkheid om een tegenvaller op te vangen zonder dat alles meteen begint te schuiven.

Een ondernemer gaat zelden ten onder aan één grote fout.

Meestal zijn het de kleine lekken die niemand ziet.

Toen ik verder begon terug te kijken, zag ik iets wat ik jarenlang niet gezien had.

Een waterlek waarvoor ik grotendeels zelf opdraaide. Een ijskoud pand in de winter. Een airco die energie verbruikte alsof ze een eigen bedrijf had. Taksen. Verborgen gebreken. Beurzen die meer kostten dan ze opbrachten. En een periode in mijn leven waarin ook op andere vlakken niet alles droeg wat had moeten dragen.

Dat zijn geen dingen die ge opneemt in een businessplan.

De grootste kosten stonden niet op mijn facturen.

Ze zaten in alles wat energie vroeg zonder iets terug te dragen.

En misschien is dat precies waarom ik vandaag zo gefascineerd ben door draagstructuren.

Veel ondernemers kijken achteraf naar omzet.

Ik kijk tegenwoordig eerst naar wat een onderneming moest dragen om überhaupt te kunnen bestaan.

Dat is een andere vraag. Een veel interessantere vraag ook.

Want een ondernemer kan zichzelf jarenlang vertellen dat hij beter had moeten verkopen. Terwijl de werkelijkheid soms veel eenvoudiger en veel confronterender is. Je was een concept aan het dragen in een omgeving die zelf niet droeg.

Dat zijn twee totaal verschillende verhalen.

Mijn boekhouder zei ooit: "Je bent ondernemer geworden." Toen vond ik dat een vreemde opmerking.

Vandaag niet meer.

Ondernemer word je niet wanneer je een btw-nummer aanvraagt. Ondernemer word je wanneer je ontdekt dat een goed idee niet voldoende is. Dat hard werken niet voldoende is. Dat enthousiasme niet voldoende is.

Een droom heeft een draagstructuur nodig. En misschien geldt dat niet alleen voor ondernemingen.

De nieuwe short is ondertussen onderweg vanuit Italië. De oude blijkt trouwens nog perfect bruikbaar om mee te gaan lopen. Dat vond ik vreemd geruststellend.

Misschien omdat ik plots hetzelfde zag als in mijn eigen verhaal.

Jarenlang keek ik vooral naar wat weg was. Terwijl er eigenlijk nog verrassend veel stond.

Misschien is dat wel de echte vraag.

Niet wat het gekost heeft.

Maar wat er nog aanwezig is.

Vroeger keek ik naar mogelijkheden.

Vandaag kijk ik naar wat we nodig hebben om te bestaan.


Volgende
Volgende

36 milliseconden